Kennisbank

Alles wat er omheen zit

Bram Leijssenaar - Maat verloskundigenpraktijk 6 min lezen

De kern van het verloskundig werk is de bevalling. Het spreekuur, de controle, de zwangere die om half drie 's nachts belt. Daar is de opleiding voor en daar zit de voldoening, en zo is iedereen ooit begonnen: dit was het werk dat je wilde doen.

En dan blijk je ook ondernemer te zijn geworden.

Dat is geen keuze geweest maar een gevolg van hoe de eerste lijn is georganiseerd. Zes op de tien verloskundigen zijn zelfstandig gevestigd; loondienst binnen een eerstelijnspraktijk is nog steeds de uitzondering. Wie in de eerste lijn wil werken, komt daarmee vrijwel vanzelf in een praktijk terecht waar ze samen met haar maten verantwoordelijk is voor het hele bedrijf. Voor de personeelsadministratie, de roosters, de contracten, de facturen en de verantwoording.

Dat is niet niks. De KNOV rekende voor dat er tegenwoordig zo'n vijfentwintig tot dertig procent van de werkdag opgaat aan administratie, en dat het aandeel directe zorg in een paar jaar tijd is gezakt van ongeveer tachtig naar negenenzestig procent. Praktijkhoudende verloskundigen maken volgens Nivel gemiddeld ruim zestig uur per week, beschikbaarheids- en achterwachtdiensten meegerekend. De bedrijfsvoering komt daar bovenop, niet in de plaats van.

En dat model staat nu onder druk. Sinds begin 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid, en de lijn is dat een vaste waarnemer in de eerste lijn niet als zelfstandige werkt. De modelovereenkomsten van de KNOV lopen tot 1 januari 2028 en worden daarna niet verlengd. Tegelijk vergrijst de beroepsgroep: er zijn steeds minder praktiserende verloskundigen onder de vijfendertig, en de gemiddelde leeftijd loopt op. En wie er wél bij komt, komt anders binnen. Van de zelfstandig gevestigde verloskundigen werkt bijna driekwart voltijd; van de verloskundigen in loondienst bij een praktijk is dat nog geen één op de vijf. De zestig uur van de praktijkhouder blijft daarmee liggen waar hij lag.

Bij elkaar levert dat iets heel concreets op. Praktijken die het jarenlang met maten en waarnemers hebben geregeld, worden werkgever. Vaak voor het eerst. En dat brengt een administratie mee waar niemand voor is opgeleid. In de praktijk schuift dat naar degene die toch al het meeste oppakt, of naar degene die Excel het beste beheerst. Dat zij het organiseert wil niet zeggen dat ze het leuk vindt; daar is zij net zo min voor gaan studeren.

Wij runnen zelf een verloskundigenpraktijk en herkennen dat. De afgelopen tijd hebben we drie van die terugkerende momenten anders ingericht. Niet omdat we een softwarebedrijf wilden beginnen, maar omdat we het elke maand zelf zaten uit te zoeken.

Einde van de maand

Zoals het ging: aan het eind van de maand ging iemand zitten met de agenda om uit te zoeken wie wat gedraaid had. De diensten kwamen uit het rooster, de spreekuren telde je erbij, en dan waren er nog de uren die nergens stonden. Scholing, een vergadering, administratie die je thuis doet. Die haalde je uit je hoofd of uit een mailtje.

Zoals het nu gaat: je haalt de uitdraai uit Onatal, zet hem in de portal en werkt het overzicht bij. Dan staat er per persoon wat er gedraaid is, wat de norm was en wat het verschil is. Voor mensen in loondienst loopt dat plus-minsaldo door over het jaar heen, dus je ziet niet alleen deze maand maar ook waar iemand staat.

De uren die niet in de agenda staan vullen de verloskundigen zelf in, in een bestand dat op hun eigen naam staat. Vakantie en verlof leggen we apart vast, want die tellen op een andere manier mee.

Dit is bij ons zo gegroeid dat we er een product van hebben gemaakt. We noemen het UrenKompas.

Het rooster voor het volgende kwartaal

Zoals het ging: iemand ging zitten met een lege maand en alle regels in haar hoofd. Wie kan welk spreekuur draaien, hoeveel rust er tussen diensten hoort, hoe de weekenden verdeeld worden, wie er op vakantie is, wie er dit jaar te weinig heeft gedraaid. Dat past niet in een hoofd en het past ook niet in een spreadsheet, dus het werd schuiven tot het ongeveer klopte.

Zoals het nu gaat: die regels staan één keer vast. Wat er per kwartaal nog bij komt zijn de uitzonderingen. Een nieuwe collega is een begindatum, met of zonder eigen doelaantallen. Iemand die stopt is een einddatum. Een vakantie is een periode. Op basis daarvan maakt RoosterKompas een compleet conceptrooster dat aan al die regels voldoet — of het zegt precies bij welke regel en welke dag het vastloopt, in plaats van er stilletjes een oplossing van te maken die niet klopt.

Dat conceptrooster is nadrukkelijk een concept. De praktijk kijkt het na en stelt het vast. Wij vinden dat belangrijk, want een rooster gaat over mensen en over nachten, en dat hoort een besluit te blijven van de mensen die het draaien.

Het systeem houdt daarbij ook bij hoeveel vakantie er nog openstaat, zodat je aan het eind van het jaar niet ontdekt dat iemand nog weken tegoed heeft.

Een aanvraag van een cliënt

Dit derde stuk draait op dit moment alleen in onze eigen praktijk.

Zoals het ging: iemand belt of vraagt in de kraamweek om een kolf. Dan pak je een formulier, schrijf je de gegevens over, zet je het klaar, en aan het eind van de maand moet je nog uitzoeken wat er allemaal uit is gegaan en wie daar nog voor moet betalen.

Zoals het nu gaat: de cliënt doet de aanvraag zelf via onze site en vult haar eigen gegevens in. De verloskundige kijkt wat er werkelijk nodig is, keurt het goed en zet het klaar. Mensen halen het op, of het gaat mee tijdens een visite in de kraamweek. Als de huur is afgerond of het product is uitgegeven, volgt de factuur, en de boekhouding houdt bij of die betaald is.

Dit draait op een aantal platformen die we aan elkaar geknoopt hebben, en dat is geen fundament waar je een tweede praktijk op zet. We zijn het daarom opnieuw aan het bouwen. Wat er nu staat werkt bij ons, en het is nog niet iets wat we kunnen leveren.

Wat het één keer inrichten wél kost

Bij alle drie geldt hetzelfde: het werk zit aan de voorkant. De regels van de praktijk moeten op tafel, en dan blijkt bijna altijd dat niet iedereen dezelfde aanname had over wat er meetelt. Dat gesprek moet je voeren, en het duurt even.

Daarna komt het terug in een andere vorm. Niet als uitzoeken maar als nakijken. Dat is minder werk, maar het verschil zit vooral ergens anders: nakijken kun je ertussendoor doen, en uitzoeken moet je plannen.

We bouwen dit uit onder de naam PraktijkKompas. De eerste twee producten zijn RoosterKompas en UrenKompas. RoosterKompas helpt je de week te roosteren voordat je hem draait; UrenKompas telt de uren van diezelfde week nadat hij gedraaid is. Je kunt ze los van elkaar gebruiken.

Waar we zelf nog niet uit zijn

Er is een vierde categorie die bij ons nog gewoon handwerk is. De mails met afspraakbevestigingen en informatie. De toestemmingsformulieren. De administratie rond centering. De vastlegging die je nodig hebt omdat je met gegevens van mensen werkt.

We zijn aan het kijken hoe dat eenvoudiger kan, en we hebben het antwoord niet. Wat ons opvalt is dat elke praktijk hier iets anders voor bedacht heeft, en dat vrijwel niemand er tevreden over is.

Waar we naartoe werken is dit: dat de bedrijfsvoering van een praktijk stap voor stap minder aandacht vraagt. Niet één handigheidje voor de uren, maar de hele achterkant — en op termijn ook het deel waar de cliënt de praktijk raakt, zoals die aanvraag hierboven. Ingericht op de regels en de systemen die de praktijk al heeft, want die zijn er meestal niet voor niets.

Je bent verloskundige geworden, geen administrateur. Dat je ook ondernemer bent is niet meer terug te draaien, maar hoeveel van je week dat kost wel. We zijn er nog niet, en we bouwen het stuk voor stuk.

Hoe doen jullie dit nu?

Daar zijn we oprecht benieuwd naar, en dan vooral naar dat laatste stuk: de mails, de formulieren, de toestemming. Wij hebben er geen goed antwoord op en misschien hebben jullie iets bedacht waar wij niets van weten.

Een kort gesprek is genoeg. Geen offerte en geen verplichting; we willen vooral horen hoe het bij jullie gaat.